zomernota 2017
PCPortal

Ontwikkeling algemene middelen

Onder de algemene middelen verstaan wij de middelen die niet specifiek geoormerkt zijn voor een besteding. Uw Raad beslist over de inzet van deze middelen. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze middelen opgenomen. Daarna worden de verschillende onderdelen toegelicht.

Algemene middelen; bedragen * € 1.000

2017

2018

2019

2020

2021

Gemeentefonds

2.069

3.446

4.561

5.299

8.751

Treasury - Aanpassing/verschuiving rente

600

800

900

300

Heffingen

-3.000

-1.880

-1.920

-1.800

-469

Indexeringen/prijspeilaanpassing

1.400

-600

-600

-600

-600

Areaalontwikkeling

0

-100

-150

-275

-1.351

Overige

891

-172

-138

-99

-54

Totaal

1.360

1.294

2.553

3.425

6.578

Gemeentefonds

Gemeentefonds; bedragen * € 1.000

2017

2018

2019

2020

2021

Septembercirculaire 2016

1.888

3.454

4.823

5.408

5.408

Aanpassing aantallen / decembercirculaire /jaarschijf 2021

181

-8

-262

-109

3.343

Totaal

2.069

3.446

4.561

5.299

8.751

Uit de septembercirculaire van 2016 bleek een fors hogere opbrengst dan in de meicirculaire van 2016, Uw Raad is hierover per brief, d.d. 4-10-2016, geïnformeerd. Voor de jaren 2017 en verder hebben we deze voordelen gereserveerd voor de integrale afweging bij deze Zomernota. Het gaat om respectievelijk €1,9 miljoen, € 3,5, € 4,8, € 5,4 en nog eens € 5,4 miljoen voor de jaren 2017 t/m 2021.
Na ontvangst van de septembercirculaire 2016 hebben wij de stand van het gemeentefonds opgemaakt. Deze stand was op basis van de toen bekende aantallen en bedragen. Vervolgens is een aantal maatstaven 2016 definitief vastgesteld. Inmiddels hebben wij deze vastgestelde aantallen in de nieuwe stand 2017-2021 van het gemeentefonds verwerkt. Het gaat dan voornamelijk om woningen en bijstandsaantallen. In de laatste regel  is rekening gehouden met de areaaluitbreiding voor openbare ruimte.

Treasury - aanpassing/verschuiving rente

Treasury; bedragen * € 1.000

2017

2018

2019

2020

2021

Aanpassing/verschuiving rente

600

800

900

300

Per saldo komt het treasury-resultaat voor het jaar 2017 uit op nihil.
Voor 2017 wordt het rentevoordeel dat behaald wordt met geleende gelden met een looptijd korter dan 1 jaar (zogenaamd ‘kort geld’) teniet gedaan door nadelen op uitgeleende gelden (o.a. door vervroegde aflossingen en renteherzieningen).
De aanhoudend lage rentestanden leveren voordelen op voor onze meerjarenbegroting.

Heffingen

Heffingen; bedragen * € 1.000

2017

2018

2019

2020

2021

OZB niet woningen

-3.000

-2.000

-2.000

-2.000

-2.000

OZB inkomsten a.g.v. woningbouw

120

80

200

680

OZB inkomsten a.g.v. niet-woningen

851

Totaal

-3.000

-1.880

-1.920

-1.800

-469

Recent bleek uit een herbeoordeling van de werkvoorraad een fors nadeel op de OZB opbrengst niet-woningen. Een verdere analyse laat zien dat er verschillende oorzaken zijn. Een deel is gelegen in het niet correct verwerken van herwaarderingseffecten in het verleden. Het andere effect is dat de toename van ons areaal door nieuw- en verbouw achter gebleven is bij onze inschattingen. Dit effect is versterkt door het ontmantelen van bedrijfspanden.
Staand beleid is dat we de onjuiste inschatting van de waardeverandering van het lopend jaar volgend jaar corrigeren. Hiermee wordt het structureel tekort € 1 miljoen lager dan het tekort in 2017. Het structureel nadeel van € 2 miljoen willen wij niet afwentelen op bedrijven. Wij zijn van mening dat een verhoging van de tarieven niet pas binnen de bestaande afspraken en nemen dit als nadeel.
De OZB-ramingen passen we verder voordelig aan in de meerjarenbegroting vanwege areaalontwikkelingen

Indexeringen/prijspeilaanpassingen

Indexeringen/prijspeilaanpassing; bedragen * € 1.000

2017

2018

2019

2020

2021

Indexeringen (incl. pensioen)

-500

-2.500

-2.500

-2.500

-2.500

IKB (individueel keuze budget)

-400

-400

-400

-400

-400

IKB in te verdienen op de organisatie

400

400

400

400

400

Accres toename 2017 (snelle berichtgeving 6 april 2017)

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Indexering WSW middelen 2017

400

400

400

400

400

Totaal

1.400

-600

-600

-600

-600

Het aanpassen van de begroting 2018 van prijzen 2017 naar 2018 doen we op basis van cijfers van het centraal plan bureau (cpb). De prijspeilaanpassing van de lasten (salarissen, subsidies, etc.) wordt betaald uit de indexering van de opbrengsten en de prijspeilaanpassing van het gemeentefonds.
In de laatste voorspellingen gaat het cpb uit van fors hogere prijs ontwikkelingen. Per saldo zien we dat hierdoor een nadeel ontstaat op de indexeringen. Overigens wordt het nadeel van € 2,5 miljoen voor € 1,2 miljoen veroorzaakt door de stijging van de pensioenpremie.
Eind april bleek overigens dat ook de Rijksoverheid last heeft van hogere prijzen. In de snelle berichtgeving over het gemeentefonds wordt aangekondigd dat door de hogere prijzen in 2017 het gemeentefonds (via trap op/trap af systeem) met € 140 miljoen toeneemt. Voor Nijmegen betekent dit structureel circa € 1,5 miljoen. Bij de indexering houden we alvast rekening met deze hogere gemeentefondsuitkering.
Verder moeten we nog opmerken dat bij het tekort op de SW in het onderdeel Werk, Inkomen en Armoedebestrijding niet de verwachte prijsindexatie 2017 op de Rijksmiddelen is meegenomen. Deze wordt in 2017 toegekend. We gaan ervan uit dat dit ongeveer € 4 ton is.
In het onderdeel “grondslagen en uitgangspunten” wordt dieper ingegaan op de prijspeilaanpassing.

Afgelopen jaar is het Individueel Keuze Budget ingevoerd voor medewerkers. Eén van de gevolgen is dat een klein deel van het verlof om is gezet in geld. Medewerkers kunnen vervolgens zelf de keuze maken of ze hiervoor verlof willen kopen. Door deze omzetting stijgen de loonsomkosten met € 4 ton. Door deze omzetting komt ook meer personele  capaciteit beschikbaar en kunnen de meerkosten worden inverdiend op de organisatie (bijvoorbeeld inhuurbudgetten). We nemen daarom een inverdienpost op voor hetzelfde bedrag.

Areaalontwikkeling

Areaalontwikkeling; bedragen * € 1.000

2017

2018

2019

2020

2021

begrotingseffect toevoeging kapitaallasten Woningen

-20

-30

-55

-185

begrotingseffect stelpost Openbare ruimte

-80

-120

-220

-740

begrotingseffect toevoeging kapitaallasten Niet-Woningen

-426

Totaal

0

-100

-150

-275

-1.351

De (extra) toename van inwoners, woningen en bedrijven  leiden tot meer OZB-inkomsten en een hogere gemeentefondsuitkering. In de vorige alinea’s zijn hiervoor voorstellen gedaan om hierop de begroting aan te passen. We hebben eerder besproken dat vanuit de toename van de woningen de onderhoudsbudgetten voor de openbare ruimte worden verhoogd. We rekenen hier met € 400,- per woning.
Een andere afspraak is dat we een  deel van de extra inkomsten gebruiken om het investeringsvolume te verhogen. Dit doen we door het opnemen van extra kapitaallasten in de begroting. We rekenen hiervoor € 100 per woning en de helft van de areaaltoename van niet-woningen.

Overig

Overige

2017

2018

2019

2020

2021

Verkoop aandelen DAR

550

Minder vrijval rente a.g.v. annuïteiten 2016

-513

-479

-440

-395

Wegvallen stelpost onderuitputting rekeningresultaat

-1.800

-1.800

-1.800

-1.800

-1.800

Stelpost rekeningres. uit verlaging structurele storting saldireserve

1.800

1.800

1.800

1.800

1.800

Verlaging Post onvoorzien

341

341

341

341

341

Totaal

891

-172

-138

-99

-54

Overdracht aandelen DAR
Het aandelenpakket van de Dar is herverdeeld conform omzet van de participanten. Deze aandelenoverdracht levert ons na aftrek van de balanswaarde een incidenteel voordeel op van € 550.000.

Minder vrijval rente a.g.v. annuïteiten 2016
Vorig jaar hebben we vanwege de aanpassing van de verslaggevingsregels (de BBV) de rekenrentes aangepast. Vanwege de lage rente betekende dit een verlaging van 4% naar 2,5%. Deze aanpassing heeft vorig jaar een voordelig effect gehad op onze programmabegroting. Voor een deel blijken deze voordelen echter anders te zijn. Het gaat hierbij specifiek om investeringen die we afschrijven volgens de annuïteitenmethode. Bij deze investeringen wordt het afschrijvingsdeel en het rentedeel anders verdeeld in de tijd waardoor de eerste jaren de voordelen minder zijn dan we vorig jaar hadden ingeschat.

Wegvallen stelpost onderuitputting rekeningresultaat / verlaging structurele storting saldireserve
Vanaf 2011 hebben we in de begroting een correctiepost opgenomen waarbij er vanuit wordt gegaan dat over het algemeen succesvol gestuurd wordt om binnen budget te blijven. Gemiddeld gesproken geeft men dus vaker minder uit dat het beschikbaar budget dan dat men het budget overschrijdt.
De afgelopen twee jaar zijn afgesloten met een negatief rekenresultaat. Daarom willen we deze stelpost onderuitputting rekeningresultaat schrappen. Dit levert een nadeel op van € 1,8 miljoen structureel.
We vangen dit op door het spaarbedrag dat op voorhand wordt toegevoegd aan de saldireserve te verlagen.

Post onvoorzien naar € 100.000
De post onvoorzien is structureel € 441.000. Wettelijk is het verplicht een post onvoorzien in de begroting op te nemen. De hoogte daarvan is niet voorgeschreven. We stellen voor de post structureel te verlagen naar € 100.000. Tegenvallers vangen we op binnen een programma, door incidentele meevallers of de saldireserve.